“Gewapend met een missie tegen pesten”

Gewapend met mijn muziekinstallatie en dansschoenen in mijn tas loop ik naar de locatie waar straks 19 pubers van mij dansles gaan krijgen.

Ik zet mijn spullen neer en ik zorg ervoor dat straks de muziek lekker hard kan. Zodat, wanneer ik verveelde koppen zie, ik de muziek goed hoor en op die manier gemotiveerd kan blijven komende uren.

Wanneer de eerste jongeren binnen komen en hun tassen neerploffen, zie ik dat sommigen UGS dragen. Veel te warme schoenen om mee te dansen, net als die skinny jeans die te strak zitten voor welke beweging dan ook. De meiden dragen allemaal skinny jeans en truitjes met teksten als WTF. Ze kijken op hun mobiel, terwijl ze waarschijnlijk de hele ochtend niets anders hebben gedaan en ze geen nieuwe appjes hebben ontvangen. De sfeer is ongemakkelijk, onwennig en vraagt om doorbroken te worden. “Damn, ik ga de komende uren legeven aan leerlingen van mijn oude middelbare school”. Ik word bij deze gedachte meteen teruggeworpen naar mijn eigen schooltijd.

Ik zat met een groepje meiden achter de kapstokken op het VWO te geinen. Wij maakten ons druk over de docenten, het volgende SO en welke muziek deze maand in was. Ik hoorde bij een clubje meiden die elkaar accepteren zoals we wilden zijn. Wie wij dan op dat moment wilden zijn, wisten wij zelf nog niet. Je wist in ieder geval wat je niet wilde zijn, een pispaaltje.

De eerste keer dat ik op deze school in Noord-Holland kwam voelde ik me nogal een buitenbeentje. Ik kwam uit Amsterdam en had mijn hele lagere school in een multiculturele klas gezeten en hield van gekleurde leggings. Op deze school had iedereen een blauwe spijkerbroek aan en al gauw wist ik dat deze leerlingen niet zoveel van elkaar verschilden als het ging om uiterlijke kenmerken. Natuurlijk had je wel de gothics, gekleed in het zwart, met kettingen aan hun broek en soms een hanenkam. Maar verder leek iedereen heel erg op elkaar.

Ik was vooral bezig met mijn cijfers en of er ook ooit een jongen zou zijn die mij kon verlossen van mijn eerste kus. Toch heb ik mij nooit ontspannen gevoeld op deze school. Ik ben in mijn gezicht gespuugd, uitgescholden en alle leuke jongens waren verliefd op mijn blonde vriendin. De puberteit voelde als overleven en dat terwijl ik nooit ben gepest.

Wat mij opviel is dat er meer kinderen hier op school werden gepest dan in Amsterdam. Minimale uiterlijke verschillen zorgde ervoor dat pestgedrag plaatsvond bij iemand die een bril had, een dromer was, te netjes praatte of met “verkeerde schoenen” rondliep. Ook leraren werden niet ontzien, de uiterste vriendelijke geschiedenisleraar kon nauwelijks een verhaal vertellen zonder dat er lullig werd gedaan.

Wat mij verwonderde was dat er niet werd ingegrepen. Weinig mensen, zowel docenten als leerlingen, keurde pestgedrag af. Iedereen liet het toe alsof het een manier was om je in het sociale stelsel op school staande te houden. Als je op de lagere school gepest werd, moest je natuurlijk op de middelbare school een pestkop worden om niet weer het pispaaltje te zijn. Het nieuwe pispaaltje was dan jouw succes om status te krijgen, of het ten koste moet gaan van een ander, maakte dan niets uit. Survival of the fittest!

Aan sommige meiden en jongens kan je aan hun kop al zien of ze vroeger zelf gepest waren; Flaporen, pukkels, telefoon in de achterzak, teveel foundation en een gespannen mond.  En ze kijken allemaal alert om meteen te kunnen reageren mocht iets te dichtbij komen. In de dierentuin van het Voortgezet Onderwijs is niemand veilig. Maar is dat juist niet de plek waar je je veilig moet voelen?!?

Ik denk dat zelfexpressie en jezelf ontdekken in de pubertijd het meest ontwikkeld wordt in de VO tijd. Eindelijk krijg je vrijheid om je grenzen op te zoeken en dingen uit te proberen, zoals roken, spijbelen, pijngrenzen opzoeken, je sexualiteit ontdekken. Of je wil of niet, je bent er een onderdeel van, het gebeurt allemaal op en rondom school. In plaats van elkaar te helpen bij dit proces en de schade minimaal te houden komen sommige kinderen beschadigd van de middelbare school af.

Na het VWO ben ik sociaal culturele wetenschappen gaan studeren, antropologie was daar een onderdeel van. Antropologie gaat over de cultuur van een groep mensen. Dat kunnen leden van een voor ons vreemde stam zijn, maar ook hipsters of pubers. Ik vind het razend interessant om te zien hoe mensen met elkaar omgaan. Zo leer je dat wanneer je een groep random in 2 groepen worden verdeeld, ze meteen een gevoel van competitie krijgen. En mensen onder groepsdruk heel anders reageren,ook al gaat het ten koste van zichzelf of anderen. De mens is onverschrokken en op het VO begin je onbevangen aan een avontuur waar je niet op bent voorbereid.

Hoe ik hier in stond? Tijdens mijn schooljaren heb ik zowel pesters als gepeste klasgenoten aangesproken. Niet dat ik op de barricade stond maar onder mijn oog wilde ik voorkomen dat een situatie escaleerde. Als jong meisje kon ik het onrecht tegen geknuppelde zeehondjes niet aan en als puber kon ik dit onrecht ook niet toestaan. Of ik daarmee de pester inzicht heb gegeven of de gepeste een hart onder riem hebben gestoken weet ik niet. Ik deed het denk ik vooral voor het gevoel geen bijdrage te leveren aan pesten. Het voelde niet goed om toe te kijken en niets te doen.

Zou ik ten koste van mijzelf het voor iemand opnemen? Bang zijn om daarna zelf het pispaaltje te worden? Ik weet niet wat ik dacht. Ik weet alleen nog dat ik op 15 –jarig leeftijd besloot dat ik –als ik later ergens de baas zou zijn-  pestgedrag nooit zou toelaten.

Terug naar de pubers in mijn dansles. Met verveelde koppen komen ze in een cirkel staan. De meisjes trekken een beetje onwennig aan hun kleding. Groeiende borsten en zweet voelt nogal vervelend. De jongens schuifelen onrustig heen en weer, ze weten het verschil tussen links en rechts nog niet, laat staan dat ze denken te kunnen dansen! Elke verkeerde beweging kan een lachuitbarsting bij de meiden veroorzaken.

Ik start de les met het voordoen van een aantal bewegingen en nodig ze uit dat ook te doen. De muziek is hip en vrolijk en nog beter, ze hebben deze muziek nog nooit gehoord! Want het is Afrikaans, Braziliaans of Indiaas. Ze hebben er geen mening over en dat is mooi want als je iets nog niet kent weet je niet of het hip is of stom. Na de cirkel zet ik ze in rijen, in duo’s, in twee groepen en uiteindelijk voor de spiegel. Ik leg uit over de cultuur van de dansen. Braziliaans is super sexy, Afrikaans heel stoer en toevallig komt twerken daar ook vandaan. Maar dat is weer geen dansstijl, maar een beweging, net als de Deb!

Na een uur lesgeven zie ik rode koontjes en hier en daar een glimlach. “Dankuwel juf”, ik krijg een hand 1,2,5 meiden en ook jongens staan in de rij. Het is een toffe groep, maar eigenlijk zijn ze dat altijd. In die 14 jaar dat ik dansles geef heb ik maar twee keer meegemaakt dat ik niet met een groep kon werken. Dat had meer met de organisatie van de school te maken, de docenten of de (te zachte) muziekinstallatie. De jongeren hebben de intentie om leren en pesten – in mijn ervaring- heeft vooral te maken met onzekerheid en verveling.

In de dansles leren ze iets wat ze nog niet konden of kenden. Ze leren samenwerken en gek doen, want de juf doet dat ook. Ze mogen even iets anders laten zien dan het masker dat ze elke dag dragen. Er is geen ruimte om te pesten, want je bent aan het creëren en ontdekken. Een flauwe opmerking tussen leerlingen kan je aangrijpen om het ijs te breken en committent te tonen naar de leefwereld van de pubers. Negeren is hetzelfde als stimuleren, dat gaat ook ten koste van de sfeer in je les. Een scherpe, verveelde puber die het thuis moeilijk kan hebben, wilt zich vaak afreageren op een leeftijdsgenoot die hij of zij “aankan”. Ingrijpen als docent kan heel simpel, kort en hoeft niet ingewikkeld te zijn. Als je je bij mij in de les kwetsbaar opstelt, zal ik er alles aan doen om je te beschermen.

Ik weet niet hoe het is elke dag orde te hoeven houden, bij mij komen ze voor een uurtje plezier (of in plaats van strafwerk ;-).  Mijn voornemen om in mijn aanwezigheid geen pestgedrag toe te laten is uitgekomen. Dansplezier heet dat, voor iedereen.

5 gedachten over ““Gewapend met een missie tegen pesten”

  1. Helaas is pesten nog altijd aanwezig, zelfs onder volwassenen op de werk vloer. Mooi geschreven Mena. Laten we er met zijn alle bewust van zijn en er wat aan doen!

  2. Herkenbaar Mena, ik geef bijles nederlands aan eerste klassers. Je moet zo ontzettend allert zijn in de klas op pestgedrag. Wat lijkt op een flauwe grap, daar kan een leerling zich enorm rot om voelen. Als docent heb je daar heel veel invloed op!

    • Goed om te horen zeg! Ik hoop dat er vanuit scholen, docenten en ouders ook wordt meegedacht 😉

  3. Hoi Mena,

    Goed om te lezen dat je met een missie tegen het pesten bezig bent.
    Wij hebben de gevolgen ervan keihard ervaren.
    Onze zoon van 21 heeft vorig jaar 2 zelfmoordpogingen gedaan waarbij hij bij de 2e poging in coma raakte.
    Dit alles doordat hij op de lagere en middelbare school gepest is.
    Het is zo’n lieve, gevoelige jongen. Als ik dit zo schrijf krijg ik er weer tranen van in m’n ogen dat ze hem zó te grazen hebben genomen.
    Gelukkig gaat het nu beter en volgt hij groepstherapie.

    Fijn dat er mensen zijn zoals jij die tegen het pesten strijden.

    Groetjes,

    Fred

    • Hi Fred,

      Wat ging er een koude trilling door mij heen bij het lezen van jouw zoons verhaal. Wat kan pesten een hoop verzieken in een leven van een gevoelige jonge man. Ik ben blij te horen dat het nu beter met hem gaat!

      Dank je wel voor je bericht. En mooi dat ik met mijn werk iets kan betekenen qua beeldvorming over pesten.
      Sowieso dank voor je steun!

      Inspirerende groet, Mena

Reacties zijn gesloten.